Stufi en daling onderwijskwaliteit
In heel studerend Nederland rommelt het. Er komen bezuinigingen aan van 20% in het kader van de brede heroverwegingen. Die bezuinigingen zullen hoogstwaarschijnlijk afgewenteld worden op de studiefinanciering (basisbeurs). Dit gaat tegen de toegankelijkheid van onderwijs in. Als het een leenstelsel wordt, zal het voor de student uit economisch minder sterke milieus moeilijker worden te gaan studeren. Ook op universiteiten zelf gaat bezuinigd worden, waardoor de kwaliteit van het onderwijs in het geding komt.
De effecten op de Radboud Universiteit
Tot voor kort speelde er alleen kleine zaken in Nijmegen. Op 27 januari 2010 is het echter duidelijk geworden dat het College van Bestuur het Bindend StudieAdvies (BSA) in wil voeren, in collegejaar 2011/2012. Dit houdt in dat een student gesommeerd kan worden te stoppen met zijn of haar opleiding als zij of hij minder dan 40 studiepunten heeft behaalt, en na het tweede jaar als niet alle vakken uit het eerste jaar met een voldoende zijn afgesloten. Vergeleken met andere universiteiten, zijn deze eisen erg streng, en dat terwijl de universiteit zelf zegt dit te moeten doen om met de andere universiteiten mee te kunnen. Drie maanden geleden was aan de student-medezeggenschap toegezegd dat er geen BSA op deze manier ingevoerd zou worden.
Het BSA is een rendementsmaatregel. Dat wil zeggen dat de universiteit er door deze maatregel voor wil zorgen dat er meer studenten binnen de gestelde tijd afstuderen, waardoor er meer geld binnenkomt. Deze maatregel is dus direct te linken aan de bezuinigingen. We zouden graag zien dat Nijmegen er met goed onderwijs en bijvoorbeeld intensieve studiebegeleiding voor zorgt dat een BSA hier niet nodig is.
Geld
Er zijn ook andere problemen die direct financieel van aard zijn. Zo is er bij vrijwel alle faculteiten een lokalentekort. Er zijn de komende jaren minder promotieplekken beschikbaar, bij onder andere bij de faculteiten filosofie, natuurwetenschappen en informatica en sociale wetenschappen. Dit ondermijnt de doorstroom van (research master) studenten naar de wetenschap. Bij de faculteit natuurwetenschappen en informatica is minder geld voor studentassistenten die werkgroepen geven: zij moeten daardoor meer doen in minder tijd. Bij de studenten-organisaties speelt het probleem van de bestuursmaanden: de verdeling van het geld wordt anders, en kan gaan leiden tot tekorten.
Kwaliteit
Waar er minder geld is, komt ook de kwaliteit in gevaar. Bij het probleem van de studentassistenten is dit direct duidelijk: minder geld is minder tijd is dus een mindere kwaliteit.
Een ander kwaliteitsprobleem is te zien de massacolleges bij de opleidingen psychologie en rechten. Deze colleges zorgen voor een passieve opname van informatie. Ze dagen het stellen van vragen niet uit; dit wordt soms zelfs actief afgeraden. Deze vorm van lesgeven is echter algemeen geaccepteerd. Zorgelijker is dat dit massa-probleem zich nu ook bij werkgroepen voor begint te doen. Sommige werkgroepen, zoals bij de studie politicologie, bestaan uit 50 mensen. Dit ondermijnt het doel van deze werkvorm: het actief werken met de aangeboden stof. Bij de letteren-faculteit worden steeds meer vakken in de eerste jaren faculteits-breed gegeven. Dit zorgt ervoor dat studenten minder vak-specifieke kennis opdoen, en voornamelijk algemene dingen leren; de opleiding gaat hierdoor minder diep. Ook bij geschiedenis is er een kwalijke ontwikkeling gaande: essays waar studenten hard aan gewerkt hebben, worden niet nagekeken en beoordeeld, maar alleen maar afgevinkt.
Dit is iets wat voortkomt uit de groei van studenten bij sommige opleidingen, waar de universiteit niet goed op in weet te spelen. Bij de faculteit natuurwetenschappen en informatica worden practica, waar studenten zelf dingen moeten doen, vervangen door computer-colleges. De student leert qua kennis misschien hetzelfde, maar maakt het proces van dataverzameling niet mee, wat voor zijn of haar verdere loopbaan wel belangrijk is.
Een positievere ontwikkeling is de onderwijsintensivering, eveneens een rendementsmaatregel. Dit kan betekenen dat er in kleinere groepen les gegeven wordt, dat er meer stof behandeld wordt, en studenten dus beter en meer kunnen leren. Het is echter wel van belang dat dit soort maatregelen goed geëvalueerd worden. Op Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW) is men nu van plan nieuwe onderwijsintensiverings-maatregelen in te voeren, terwijl de “oude” onderwijsintensivering net ingevoerd is, en er nog helemaal niet gekeken is naar de effecten hiervan.
Kortom…
Studenten krijgen minder kwaliteit voor meer geld. Dat kan nooit de bedoeling zijn van een kenniseconomie, waar ons kabinet zich zo op voorstaat. Het Nijmeegs OnderwijsPlatform (NOP) wil de studenten en medewerkers laten zien wat er speelt, en voert actie tegen de aankomende maatregelen. Stop bezuinigen op onderwijs en start investeren!